Door Christa Oosterbaan op 4 april 2018

Kruimelregelingen. Commissievergadering 3 april

Voorzitter,

Allereerst wil ik graag uitleggen waar het vanavond over gaat, want dit lijkt een heel technisch onderwerp maar gaat eigenlijk een ieder van ons aan.
Wij als PvdA zien dit zelfs als een bedreiging voor behoud van het karakter van het eiland én van onze lokale democratie.

Ik zal proberen het uit te leggen.

Voor de mensen die niet zo thuis zijn in ruimtelijke ordening: de gemeenteraad (de gekozen volksvertegenwoordiging dus) stelt een bestemmingsplan vast en daarin is geregeld wat, waar en hoe er gebouwd mag worden en wat er in een dergelijk gebouw of op een stuk grond mag gebeuren.
Alle eilanders en belanghebbenden kunnen hierover inspreken, een zienswijze geven en eventueel bezwaar aantekenen bij de Raad van State.

Dit geeft rechten én rechtszekerheid aan inwoners. Zo kan je ervan op aan dat er niet zomaar overal een gebouw kan komen óf er ineens iets heel anders op een erf naast je gebeurt.
Je weet waar je aan toe bent dus. Wat mag je zelf en wat mag een buurman of een collega-ondernemer?

Wil iemand iets bouwen wat volgens het bestemmingsplan niet mag, dan moet je dit aanvragen via een bestemmingsplanwijziging of een binnenplanse afwijking.
Bestemmingsplanwijzigingen zijn een bevoegdheid van de Gemeenteraad!
Op Terschelling proberen we heel zorgvuldig, en zeker de fractie van de PvdA, alle belangen af te wegen bij vaststelling van bestemmingsplannen.

Wij vinden dat we op Terschelling tot nu toe er behoorlijk goed in slagen om een evenwicht in stand te houden tussen ruimtelijke vernieuwingen en behoud van het karakter en de schoonheid van ons eiland. Zeker als je kijkt naar sommige andere eilanden dan doen we het heel keurig hier!
Terschelling is mooi, prachtig. Het evenwicht tussen wonen, werken en leven op een prettige manier, met toeristische druk en daarnaast onze eigen gebruiken en tradities is fragiel, maar is er nog steeds!
Dat moeten we koesteren, want dat is waarom wij zo van ons eiland houden en dat is waarom de toerist blijft komen.

Naast een bestemmingsplanwijziging, is er nog de mogelijkheid om via de zogeheten “kruimelregeling” een omgevingsvergunning te verlenen. Dit is een bevoegdheid van het College.
Deze regeling is bedoeld voor kleinere zaken, zoals bijvoorbeeld antennes en dakkapellen en voor punten die niet konden worden voorzien op het moment van vaststellen van een BP. Nu, dat is vaag en kan heel ruim opgevat worden, er moet dan ook wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan om zo een vergunning te kunnen verlenen.

Deze regeling wordt ook wel de “Kán-bepaling” genoemd. Het is namelijk zo dat het College deze bevoegdheid kán gebruiken maar niet hóéft. Dit dient dan wel gemotiveerd te worden.
De voorwaarden waaraan voldaan moet worden zijn deels door de landelijke overheid bepaald en aanvullend door beleidsregels die het College hiervoor hanteert.
Navraag bij een jurist op gebied van omgevingsrecht van de VNG, leert ons dat het zeer gebruikelijk is dat deze beleidsregels tot stand komen in overleg met de gemeenteraad!
Dat is op Terschelling niet gebeurd.

Tot voor kort werd er op Terschelling heel terughoudend omgegaan met deze mogelijkheid. Terecht, ruimtelijke ordening is een zeer belangrijke bevoegdheid van de gemeenteraad, zeker op Terschelling.
Zoals bekend gaan de meeste grote politieke verschillen en geschillen, als ook rechtszaken met inwoners over ruimtelijke ordeningskwesties.
Belangrijk dus om breed draagvlak te houden over dit soort onderwerpen.

Wat is er nu dan aan de hand?
Tot onze grote schrik en ongerustheid zijn recentelijk 2 vergunning verleend door het College mbv deze kruimelregeling.
Geen kleine vergunninkjes, nee! De ene gaat over het gebruik van een pand voor horeca, terwijl de bestemming detailhandel is. De ander gaat over het bouwen van een schuur op agrarische grond.
Laat ik heel duidelijk zijn: beide initiatiefnemers valt Niets! te verwijten. Zij hebben niets illegaals gedaan.
Dit gaat ook niet over hen, maar over de vraag: heeft het College, de verantwoordelijk wethouder, wel juist gehandeld binnen haar bevoegdheden én heeft zij de gemeenteraad wel actief geïnformeerd?
Het College heeft namelijk een actieve informatieplicht naar de gemeenteraad toe.
Zijn beide vergunningen verleend met een deugdelijke onderbouwing?

Vergunning 1: het gebruik van een pand waar de bestemming DH op zit, voor uitbreiding van het naastgelegen horecapand.

In de memo lezen we dat de aanvraag niet past binnen het Bestemmingsplan Midsland en ook niet binnen de Horecanota uit 2013.
Volgens het College is het toch mogelijk gemaakt, omdat er in de toekomstvisie TS25 staat dat gepaste schaalvergroting mogelijk moet zijn.
Kom je op de vraag: wat is gepaste schaalvergroting?
Als we kijken naar de Horecanota en vastgestelde bestemmingsplannen, kun je constateren dat gepaste schaalvergroting steeds uitgaat van de bestaande situatie en dus de grootte van het huidige pand.
Dit is opeens anders geïnterpreteerd bij deze aanvraag. Hier staat geschreven dat gepaste schaalvergroting gezien moet worden t.o.v. de omgeving?? Dit is een hele nieuwe manier van benaderen, welke nooit door de gemeenteraad op die manier is geuit.
Heel bijzonder en ons inziens is er dan ook met een stofkam gezocht naar een mogelijkheid om dit toe te staan buiten de raad om!
Wij als PvdA fractie voelen ons bewust buitenspel gezet.
Het College had kunnen concluderen dat de gemeenteraad altijd zeer terughoudend is met het wijzigen van bestemmingen naar horeca.
Sterker nog in datzelfde TS25 staat ook genoemd dat er niet meer horeca bij kan komen én dat kleinschaligheid de kracht van het eiland is.
De gemeenteraad had er logischerwijze ook van uit mogen gaan, dat het College terughoudend zou zijn met dergelijke aanvragen.
Dit staat namelijk zo verwoord in de beleidsregels die toegepast horen te worden bij vergunningverlening obv de kruimelregeling.
Voorzitter, het College is voorbij gegaan aan de eigen beleidsregels en heeft daarmee een afspraak met inwoners en gemeenteraad geschonden.

Dit pand heeft nu een omgevingsvergunning voor het gebruik als horeca. Bij de herziening van een bestemmingsplan, hoort de gemeenteraad verleende vergunningen in acht te nemen.
Gevolg: de gemeenteraad moet wel een bestemmingswijziging goedkeuren voor dit pand. Wij staan met onze rug tegen de muur.
Naar onze mening is de gemeenteraad gepasseerd en is de rechtszekerheid voor overige burgers een wassen neus gebleken.

Er wordt in de memo gesteld dat TS25 niet het enige criterium was, waarop de vergunning is verleend. Andere voorbeelden van beleid waaruit zou moeten blijken dat dit gerechtvaardigd is, staan evenwel nergens genoemd.

Er wordt nog aangegeven in de memo dat brandveiligheid een criterium was. Dit is gek. In dit pand wordt al vele vele jaren een leuk, gezellig danscafé geëxploiteerd. Als de veiligheid niet gewaarborgd zou zijn, had de gemeente in moeten grijpen. Wij denken dat dit dus wel meevalt en er geen onveilige situatie was. Ook is dat geen argument om dan maar een pand ernaast ook tot horeca te bestemmen. Als het niet in het huidige pand kan, dan niet dus.
Als laatste wordt er in de memo gesteld dat overlast voor de omgeving verminderd wordt, door het meewerken aan deze aanvraag. Hoezo? Dit is speculatie en niet onderbouwd.

Pas na de toezegging door het College dat er meegewerkt zou worden aan een vergunning voor het gebruik als horeca, is het pand aangekocht.
Dit geeft een oneerlijk speelveld naar eventueel andere belangstellenden voor dit pand.
In TS25 staat genoemd dat detailhandel overgelaten moet worden aan de markt.
Door hier nu in te grijpen met een bestemmingsplanwijziging heeft het College ook hier geen stand aan gehouden.
Al stond het al erg lang te koop, wat de wethouder eerder betoogde, dan was de prijs blijkbaar niet marktconform….

Dan de vraag of het College de Raad hierover zelf heeft geïnformeerd. Helaas niet en zijn wij hierop gewezen door een inwoner. Pas bij navraag werden stukken toegezonden.
Had het College dit wel moeten doen? Ons inziens wel. Zoals al eerder gezegd: ruimtelijke ordening ligt gevoelig en uitbreiding van horeca ook.
Het College had dit kunnen en moeten aanvoelen.

Goed, dit was nog maar de 1e vergunning.

De volgende vergunning gaat over het bouwen van een bijenstal met ontvangstruimte op agrarische grond.

Een kleine zoekactie op internet levert op dat een bijenstal een plaats is waar een aantal bijenkorven of bijenkasten, eventueel onder een afdak, zijn verzameld.

In de motivering bij de verleende omgevingsvergunning, wordt gesteld dat de gronden zijn bedoeld voor grondgebonden agrarisch gebruik.
Daaronder (in dezelfde vergunning) staat dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan omdat het houden van een bijenstal niet een agrarische bedrijfsactiviteit is tbv een grondgebonden agrarisch gebruik.

In gemeentelijk beleid, namelijk het landschapsontwikkelingsplan en het ontwikkelplan Terschellinger polder, wordt de schaarste aan landbouwgrond voor grondgebonden landbouw erkend en benoemd. Sterker nog er wordt gesteld dat er geen agrarische grond gebruikt mag worden voor andere doeleinden.
Dit is het eerste punt waarom deze tijdelijke vergunning niet verleend had kunnen en mogen worden.
Het andere punt is dat deze schuur, die meer is dan een bijenstal alleen, maar ook een expositieruimte, zich ook nog bevindt in het aangegeven gebied van zichtlijnen tussen de dorpen die behouden moeten blijven. Zie weer het ontwikkelplan Terschellinger polder.

De bebouwing past ook niet binnen het bestemmingsplan Buitengebied uit 2013.
In de motivatie voor het verlenen van de eerder besproken vergunning gaf het College aan dat een bestemmingsplan 7 jaar of ouder diende te zijn om mee te kunnen werken aan een dergelijk verzoek.
Nu is dat hier lang niet het geval en dus handelt het College weer niet in lijn met de eigen opgestelde beleidsregels (art.3.1 lid 1).

Op het betreffende perceel zit geen bouwperceel of bouwvlak. In de eigen beleidsregels staat dat er medewerking verleend kan worden voor een bijbehorend bouwwerk wanneer en ik citeer:

Art.3.2.3
indien en voor zover het bijbehorend bouwwerk of uitbreiding buiten het bouwvlak is gelegen als:
a. het bestemmingsplan of de beheersverordening voorziet in een
wijzigingsbevoegdheid voor het (deels) bouwen buiten het bouwvlak door het verschuiven of vergroten van dat bouwvlak, én
b. volledig wordt voldaan aan de voorwaarden van die wijzigingsbevoegdheid.

Er is geen bouwvlak, dus ook nu wordt weer voorbij gegaan aan de eigen opgestelde beleidsregels.
Ook wordt er niet voldaan aan de voorwaarden die de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan Buitengebied stelt.
Hierin staat namelijk bij 3.7.b dat het qua situering gewijzigd mag worden bij gelijkblijvende omvang.
Aangezien er geen omvang is op dit perceel, kan het ook niet gewijzigd worden. Nul m2 blijft nul m2.
Er mag ook geen afbraak worden gedaan aan straat en bebouwingsbeeld staat er. Wij durven de stelling aan dat dit wel degelijk gebeurt.
Er wordt immers gebouwd in het open polderlandschap, waar ook nog eens gebouwd is op de zichtlijnen zoals eerder door de raad vastgesteld.
Verder staat in het bestemmingsplan dat een bijgebouw op hetzelfde perceel gelegen moet zijn, wat ook niet het geval is in deze.

Heel veel redenen dus waarom deze tijdelijke vergunning niet verleend had mogen worden.

Dan naar de actieve informatieplicht. Ook hier is de raad niet geïnformeerd door het College.
Het College had kunnen aannemen, gezien de eerdere discussies over bouwen op agrarische grond, die erg intensief zijn gevoerd, dat dit tot onrust zou leiden.
Denk bijvoorbeeld aan de recente discussie over schuilgelegenheden voor vee van hobbyboeren.
Ook nu moeten wij helaas tot de conclusie komen dat de politieke sensitiviteit van het College te wensen over heeft gelaten.
En dat het tot onrust op het eiland heeft geleid mag wel duidelijk zijn, voorzitter. Ook leidt het ons inziens wel degelijk tot precedentwerking.

Er zijn 2 rapporten geschreven over dit onderwerp. Dat verbaast ons zeer. Als je 2 rapporten nodig hebt om je “gelijk” te halen dan moet je je afvragen hoe groot de behoefte wel niet is om gelijk te krijgen. 2 heel verschillende zaken, voorzitter.
Bovendien moet ons van het hart, dat er in die rapporten dan wel geconcludeerd wordt dat het College juist heeft gehandeld, wij denken dat we net hebben aangetoond dat de conclusie net zo goed anders had kunnen zijn en naar onze mening is dat de enige juíste conclusie.

Samenvattend voorzitter: er is een horecapand met 100% uitgebreid waar eerst detailhandel was én er is een fikse schuur in het open polderlandschap neergezet. En dat allemaal achter de rug om van niet alleen de raad, maar ook van de eilanders

Ondertussen zijn wij er door verschillende mensen op gewezen dat, bij omgevingsvergunningaanvragen, actief wordt aangestuurd op gebruik van de kruimelregeling. Zie onder andere de mail over de Kaap van Stichting Sporen in het Zand.

En als klap op de vuurpijl besluit het College, dat de beleidsregels om af te wijken van bestemmingsplan en beheersverordening, lopende deze discussie versoepeld moeten gaan worden!
Dit wordt dan nog ter inzage gelegd en hierop zijn iig 2 zienswijzen ingediend.
Zienswijzen waar de PvdA zich volledig in kan vinden.
Nu hebben we een demissionair college. De PvdA gaat ervan uit dat deze herziene beleidsregels niet vastgesteld gaan worden door het huidige college.
Graag de toezegging dat dit wordt overgelaten aan een nieuw College.

Verder willen wij de toezegging van het College dat in de toekomst er weer, zéér terughoudend met deze mogelijkheid om zal worden gegaan.

Wij maken ons zorgen over het eiland, de rechtszekerheid van inwoners én onze lokale democratie.

Bezorgd, droevig en met een diepe zucht ga ik weer zitten.

Dank u wel, voorzitter.

Christa Oosterbaan

Christa Oosterbaan

Mijn naam is Christa Oosterbaan. Ik ben geboren in 1976 op West. Na het afronden van de zeevaartschool op Terschelling heb ik een aantal jaren gevaren en ben werkzaam geweest bij een maritiem uitzendbureau. Van 2006 tot 2010 heb ik bij Oerol gewerkt. 

Meer over Christa Oosterbaan